top of page

Ecologisch en biobased bouwen: zo wordt de bouwsector duurzamer

Voor het verduurzamen van woningen is meer dan alleen een warmtepomp nodig. Volgens Gideon - Building Transition Tribes is er nog veel klimaatwinst te behalen in de bouwsector en daarom zetten een verzameling professionals zich in voor een groene verandering in de bouwsector. Warmte365 sprak Shai van Vlijmen, eigenaar van het ecologisch-biobased architectenbureau NarrativA én aanhanger van Gideons tribe, over zijn visie op de verduurzaming van de bouw.



Het gaat in dit verhaal niet om de Bijbelse vernietiger, maar ook deze Gideonsbende voert met een klein leger een verrassingsaanval uit, alleen is in dit verhaal de bouwsector het slachtoffer. Volgens Gideon vragen de Parijse klimaatdoelen om een radicaal andere manier van ontwerpen, bouwen, onderhouden, samenwerken en financieren van de bouwsector. Met de energietransitie, materialentransitie en sociale transitie als speerpunten willen ze de bouw verduurzamen.  

De bouwsector draagt voor de productie van bouwmaterialen 11 procent bij aan de totale CO2-uitstoot in Nederland. Daarnaast komt 26 procent van de CO2-uitstoot voor uit energiegebruik door huizen en gebouwen. Er valt op dit gebied dus veel winst te behalen op weg naar een groenere toekomst.


Het ecologisch-biobased architectenbureau van Shai van Vlijmen zet zich al vijftien jaar in om particuliere woningen duurzaam te renoveren en innoveren. De ecologische en biobased visie houdt in dat ze niet alleen gebruik maken van duurzame materialen bij de bouw, maar ook dat ze gebruik maken van de natuur en werken met de seizoenen. De motivatie voor deze aanpak is het verbeteren van de gezondheid van de mens en bijdragen aan een betere leefomgeving.

Hoe ziet het verminderen van die CO2-uitstoot er concreet uit? Van Vlijmen werkt via een vierstappenplan. Eerst wordt er gekeken welk deel van de woning geïsoleerd moet worden. Men kan ervoor kiezen om alleen het deel waar ze zich het meest bevinden te verduurzamen, zoals de begane grond of de gehele woning.

Vervolgens werkt Van Vlijmen het liefst met de zon. Van Vlijmen noemt dit passief verwarmen, door gebruik te maken van licht en zon hoef je in de winter minder te verwarmen. In de zomer kan je de zon buiten houden door middel van een dakoverstek op het zuiden of zonnewering. Ook het plaatsen van bomen in de juiste positie kan in de zomer de zon buiten houden wanneer er blad aan de boom zit, en geeft in de winter de ruimte om een huis natuurlijk te verwarmen.

Er zijn volgens Van Vlijmen zelfs in Nederland genoeg zonuren om passief te verwarmen. Vooral als de zon via de zuidgevel naar binnenkomt kan deze een hoop betekenen voor de warmte in een huis. Van Vlijmen noemt het voorbeeld van een ‘passief huis’: “In Haarlem zijn ze bezig met het bouwen van een biobased huis zonder verwarming. Volgens de plannen moet deze woning met alleen een warmteterugwinningssysteem constant op 20 graden Celsius blijven”.

De tweede stap in het verduurzamen van een woning is de isolatie van de vloer, de wanden, het dak en de kozijnen, hiervoor gebruikt NarrativA biobased materialen zoals cellulose isolatie (papiervlokken),  houtvezelisolatie of Vlaswol. Vervolgens wordt er gekeken naar de luchtdichtheid van een woning. Idealiter is een huis kierenvrij, want juist de kieren zijn schimmelgevoelige plekken.

Als laatste stap kijkt Van Vlijmen pas naar de mogelijkheden voor verwarmen, koelen en ventileren. De beste combinatie voor het verwarmen, koelen en ventileren van een woning is volgens Van Vlijmen één kast met daarin warmteterugwinningsysteem (WTW), ventilatiesysteem én een warmtepomp. Volgens hem is de combinatie van een ventilatiesysteem en een warmtepomp vaak genoeg om een goed geïsoleerd huis te verwarmen. Zo bespaar je nog meer energie dan wanneer je alleen een warmtepomp gebruikt. Door een WTW komt de frisse buitenlucht warmer naar binnen.

In de zomer is er volgens Van Vlijmen geen airco nodig om te koelen. Door het plaatsen van een zomernachtventilatie luik op de begane grond in combinatie met een dakraam, kan koude lucht van onder de 20 graden Celsius in de nachts het via het luik het huis verkoelen en de warme lucht via het dakraam het huis ontsnappen.


Naast particuliere woningen is NarrativA in samenwerking met andere architectenbureaus ook steeds meer bezig met het verduurzamen van utiliteitsgebouwen. Voor de verduurzaming van utiliteitsgebouwen kan je volgens Van Vlijmen hetzelfde stappenplan volgen als bij particuliere woningen, maar er moet wel rekening worden gehouden met de functie van het gebouw.

Een distributiecentrum heeft volgens van Vlijmen bijvoorbeeld niet dezelfde mate van isolatie nodig als een kantoor. Daarnaast speelt ook de oppervlakte van het gebouw een belangrijke rol. Andere aspecten die een rol spelen bij de verduurzaming utiliteitsgebouwen is de mate waarin apparaten warmte produceren en dat er geen producten worden bewaard die slecht tegen UV-zonlicht kunnen.


Er zijn veel verschillende duurzame materialen beschikbaar in de bouw, maar volgens Van Vlijmen is biobased het beste voor mens en milieu. Van Vlijmen wil waar mogelijk beton en staal vervangen door houten constructies en natuurlijke isolatiematerialen zoals kalk-hennepblokken. “Door gebruik te maken van hout afkomstig uit duurzaam bosbeheer kan je CO2 opslaan in huizen in plaats van het weg te stoppen onder de Noordzeebodem.”


De warmtepomp wordt vaak in combinatie met een ventilatiesysteem ingezet. De voorkeur gaat uit naar een zo’n klein mogelijke warmtepomp. “We werken met water-waterwarmtepompen, maar ook met lucht-waterwarmtepompen. De lucht-waterwarmtepomp is goedkoper, maar met een buiten-unit minder esthetisch”, meldt Van Vlijmen. Bij een passiefhuis heb je vaak geen buitenunit nodig, hier kan de ventilatielucht als bron worden gebruikt.

Het advies van Van Vlijmen aan ontwerpers van de warmtepomp is het veranderen van de standaard kleur van de buitenunit. “De units worden vaak wit poeder gecoat, maar als je deze donkergrijs maakt valt het een stuk minder op.”


Iedereen is bezig met duurzaamheid, maar volgens Van Vlijmen is er in de bouwsector vaak meer sprake van greenwashing en wishful thinking. “Verandering doet pijn, en dat doen mensen niet graag. Maar er moet een knop om bij opdrachtgevers, architecten en aannemers.”

Er is momenteel gebrek aan overzicht in de bouwsector, daarnaast is de bouwsector versnipperd, blijkt uit onderzoek van de Hogeschool van Amsterdam voor Emissievrije stadlogistiek expert Bluekens EV. Volgens Van Vlijmen helpt kennisdeling, en daarvoor hebben ze een training opgezet voor andere architecten en bouwkundigen via de academie van de Branchevereniging Nederlandse Architectenbureaus (BNA).

Een plek waar informatie over het verduurzamen van projecten centraal beschikbaar is zou mensen in de branche kunnen helpen. “Dan hoef je niet het wiel steeds opnieuw uit te vinden, maar je kan wel constant ideeën verbeteren.” Maar zo’n platform moet volgens Van Vlijmen wel verzekerd zijn van continuïteit en budget, anders verandert er niks structureel.

コメント


bottom of page